Vaak is het rookhok het summum van treurigheid, maar heel soms wordt het er toch gezellig

Het begon met teksten, in mei 2002. ROKEN IS DODELIJK en ROKEN KAN LEIDEN TOT EEN LANGZAME, PIJNLIJKE DOOD. Ongezellige waarheden als koeien. Stivoro schreef later dat jaar in een vertrouwelijk rapport over geruchten dat de teksten een averechts effect hadden, omdat met name jongeren nu júist pakjes sigaretten kochten om de verschillende teksten te verzamelen. Een paar grapjurken maakten alternatieve teksten om op de pakjes te plakken: ‘Roken na het neuken is heerlijk’.

Nee, de roker liet zich niet ringeloren. Hij was een vrijbuiter, een Marlboro-man in hart en longen en trok zich lekker niks aan van die waarschuwingen. Zij waande zich sexy Sharon Stone zonder slipje in de verhoorstoel en had lak aan alles. Ze kochten een hoesje of negeerden de teksten. Een tevreden roker is geen onruststoker, tenslotte.

Over de foto’s op de buitenlandse pakjes sigaretten lachten ze schamper. De naakte man in foetushouding, het lijk in een opengeritste zak, de baby met een sigarettenspeen, het gezwel op de tong. Hoe verzonnen ze het? Waar werden ze gemaakt? Verzameld werden ze in elk geval ook, weer eens wat anders dan vitamini’s of voetbalplaatjes.

Twee jaar later volgde het rookverbod op de werkplek, en nog eens vier jaar later, in 2008, het rookverbod in de horeca. Verstokte rokers werden verbannen naar rookpalen voor de deur, terrassen en rookhokken. En waar het in cafés en restaurants nu niet meer stonk naar oude rook maar naar mensen, daar meurde het in slecht geventileerde – en trouwens ook in goed ­geventileerde – rookruimtes stevig naar rook. Oude en nieuwe rook. En naar as, en het allerergste: smeulende filters.

Maar zoals dat gaat in tijden van verdrukking en verstoting: de mens past zich aan. De rookpaal voor de deur werd de nieuwe koffie-automaat. Op terrassen lagen dekentjes en hingen warmtelampen om het de verschoppelingen aangenaam te maken. Op feestjes was het buiten bij de rokers vaak het gezelligst.

De rookruimte? Die werd gemeden. In het rookhok zit niemand voor zijn plezier.

Een rookhok is in negen van de tien gevallen het summum van treurig. Omdat het nergens zo smerig ruikt als daar. De geur van losers. Van gebrek aan discipline, van ruggegraatloosheid en schaamte. Vandaar waarschijnlijk dat het gros der nicotineverslaafden met gebogen hoofd een rooklounge binnenloopt en zelden langer blijft dan strikt noodzakelijk. Waar hondenbezitters elkaar aanspreken op straat, en motorrijders elkaar groeten, daar excelleren rokers in het volstrekt negeren van de andere rokers – als er al andere rokers zijn.